Molenstraat
14 maart 2019

PORTRET VAN EEN BRUGKLASSER - Marit (tweetalig mavo)



Hoe is het nou écht om op de middelbare school te zitten? Waarom zou je voor het Jan van Brabant College kiezen? En is de brugklas heel erg wennen of juist ontzettend leuk? In de serie ‘Portret van een brugklasser’ stellen we al deze vragen aan brugklasleerlingen van onze school. Deze keer is het woord aan Marit van de Kruijs uit MT1A.

Je woont in Someren. Waarom heb je voor een school gekozen die zo ver fietsen is?
“Ik ben ook naar scholen in de buurt geweest, maar ik wilde toch graag verder gaan kijken. Op het Jan van Brabant is alles heel goed georganiseerd. Je weet hier precies wat je kunt verwachten. Ook is er hele goede zorg vanuit het zorgteam als je dat nodig hebt.” Ook noemt ze het tweetalig onderwijs (tto) van het Jan van Brabant College als een reden om voor de school te kiezen. “Ik wilde heel graag tto gaan doen en hier kan dat op alle niveaus, ook op mavo-niveau.”

Waarom wilde je graag tto gaan doen?
“Mijn familie komt voor een deel uit Portugal. Ik spreek ook een beetje Spaans. Daarom volg ik op maandagmiddag de extra module Spaans die de school aanbiedt. Ik ben dus erg geïnteresseerd in talen. Dat was voor mij de belangrijkste reden om voor tto te kiezen. Je leert dan héél goed Engels.”

Waaraan moest je het meest aan wennen op de middelbare school?
Voor Marit was de afstand het meest wennen. “Het is voor mij drie kwartier fietsen op de elektrische fiets. Er woont helemaal niemand uit mijn klas bij mij in de buurt. Ik kende daardoor niemand op de eerste schooldag. Gelukkig leer je tijdens de introductieweek je klas heel snel en goed kennen. Ik heb een hele gezellig klas.”

De tekst gaat verder onder de foto.

Moest je ook wennen aan les krijgen in het Engels?
“Dat viel eigenlijk wel mee. Het Engels is goed te volgen en de docenten zijn heel aardig. Ze leggen in het begin woorden uit, zodat iedereen alles snapt. Na een paar weken vond ik het zelfs al gek dat sommige vakken wél in het Nederlands waren, zoals geschiedenis en natuurlijk Nederlands.”

Wat vind je leuk op school?
“Het leukste is het leren van nieuwe dingen. Bij Technology & Design maak je zelf producten waar je echt iets mee kunt, dus dat vind ik ook heel leuk.” Ook de introductieweek viel in goede aarde bij Marit. “Omdat ik nog niemand kende, vond ik fijn om de eerste week kennis te maken met mijn klasgenoten. We moesten bijvoorbeeld samenwerking in de bootcamp en we deden allerlei spelletjes. Daardoor had ik al contact met andere leerlingen voor we naast elkaar in de les zaten.”

Hoe gaan de toetsen tot nu toe?
“De toetsen zijn veel moeilijker dan op de basisschool!” vertelt Marit. Ze geeft wel aan dat haar docenten haar heel voorbereid hebben op haar eerste echte toetsen. “De eerste weken kregen we oefentoetsen. Daardoor wist ik precies wat ik kon verwachten, hoe toetsen eruit zagen en wat voor vragen er gesteld konden worden.” Daar is Marit heel blij mee. “Anders heb je ineens een toets die heel zwaar meetelt en dan denk je: wat moet ik hiermee? Gelukkig is dat helemaal niet zo hier op school. Je wordt heel goed geholpen.”

Wat doe je buiten school?
Marit woont in Someren met haar jongere zusje van 9 en haar ouders. “Mijn zusje denkt dat ze ook wel naar deze school wil, omdat ik thuis vertel hoe fijn ik het hier vind.” Verder rijdt ze vier keer in de week paard en doet ze mee aan wedstrijden. “We hebben thuis twee paarden. We hebben sowieso heel veel ruimte, want mijn vader en oom hebben samen een camping, waar ook de paarden staan. Samen met mijn opa zijn ze nog extra vakantiehuisjes, een kantine en een nieuwe groepsaccommodatie aan het bouwen.” Wanneer ze zelf volwassen is, is Marit niet per se van plan op de camping te gaan werken. Ze hoopt dierenarts te worden.

Als je opnieuw moest kiezen, zou je dan weer voor het Jan van Brabant kiezen?
“Zeker!” beaamt Marit. “Ik vind het super hier op school. Je krijgt bijna geen huiswerk, omdat je bijna alles al in de lessen kunt maken. Ook krijg je hulp bij het leren voor toetsen. De toetsen worden ruim van tevoren opgegeven en je mag soms zelfs tijdens de les leren. Daardoor heb ik buiten school genoeg tijd voor mijn hobby’s, sporten en mijn paarden.”

< Terug